ECLI:NL:RVS:2005:AS8427
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor ophogen boezemkaden door gemeente Westland
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Delfland legde op 16 november 2001 aan de gemeente Westland een last onder dwangsom op om de boezemkaden ter hoogte van diverse straten in De Lier op te hogen tot NAP + 0,10 m. De dwangsom bedroeg ƒ 50.000 per overtreding met een maximum van ƒ 150.000, en er werd een begunstigingstermijn van zes maanden verleend.
De gemeente maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij het College het bezwaar deels gegrond verklaarde door de begunstigingstermijn te verlengen. De rechtbank verklaarde het beroep van de gemeente tegen het besluit ongegrond. De gemeente stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de onderhoudsplicht van de gemeente op grond van de Legger en de Keur rechtmatig is vastgesteld en dat de hoogte van de dwangsom niet onredelijk of punitief is. Ook werd geoordeeld dat de overschrijding van de beslistermijn voor het bezwaar geen schending van de belangen van de gemeente opleverde en dat er wel degelijk sprake was van een heroverweging bij de beslissing op bezwaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Westland wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.