ECLI:NL:RVS:2005:AS8448
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding inkomensschade naast uitzichtschade na vrijstellingsbesluit
Appellant verzocht de gemeenteraad van Heythuysen om vergoeding van schade op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) wegens het verlies van uitzicht na een vrijstellingsbesluit. De raad kende een vergoeding toe van € 1.361,34, vermeerderd met wettelijke rente. Het college verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze vergoeding ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 13 januari 2004.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij naast uitzichtschade ook inkomensschade leed doordat hij geen gebruik meer kon maken van een openbare parkeerplaats en zijn panden niet meer voor horecadoeleinden kon exploiteren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze schade niet het directe gevolg was van het vrijstellingsbesluit van 16 december 1996, maar van eerdere aanleg van een tuin in 1988. Hierdoor was de bereikbaarheid van de panden al beperkt.
De Afdeling concludeerde dat appellant reeds volledig was gecompenseerd voor de uitzichtschade en dat het verzoek om vergoeding van inkomensschade terecht was afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; alleen uitzichtschade is vergoed.