ECLI:NL:RVS:2005:AS9242

Raad van State

Datum uitspraak
1 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200409631/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Westelijke Randweg Wierden

Bij besluit van 9 maart 2004 heeft de gemeenteraad van Wierden het bestemmingsplan 'Westelijke Randweg' vastgesteld. Vervolgens heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel op 12 oktober 2004 dit plan goedgekeurd. Verzoeker heeft tegen deze goedkeuring beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek behandeld op 18 februari 2005, waarbij partijen zijn gehoord. Verzoeker betwist de noodzaak van het plan, terwijl de gemeenteraad en verweerder de noodzaak onderbouwen met verkeerskundige argumenten zoals verbetering van verkeersafwikkeling, woon- en leefklimaat, bereikbaarheid van bedrijventerreinen en verkeersveiligheid.

Na beoordeling van de stukken en het verhandelde ter zitting acht de Voorzitter de noodzaak van de aanleg van de randweg voldoende aannemelijk. Gezien het belang van het plan en de positieve bijdrage aan verkeersveiligheid en leefklimaat is er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Westelijke Randweg wordt afgewezen.

Uitspraak

200409631/2.
Datum uitspraak: 1 maart 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Overijssel,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 9 maart 2004 heeft de gemeenteraad van Wierden het bestemmingsplan "Westelijke Randweg" vastgesteld.
Bij besluit van 12 oktober 2004, kenmerk RWB/2004/954 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 26 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2004, beroep ingesteld. Bij brief van 26 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 februari 2005, waar verzoeker in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. G. Rooks, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de gemeenteraad van Wierden, vertegenwoordigd door R.A.P. te Wierik en G. Vreugdenhil, ambtenaren van de gemeente, daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Het plan voorziet in de aanleg van de zogenoemde westelijke randweg van Wierden tussen de Nijverdalsestraat en de Hexelseweg. Verweerder heeft goedkeuring aan het plan verleend.
2.3.    Verzoeker kan zich niet met de door verweerder verleende goedkeuring verenigen. Hij voert aan dat de noodzaak van het plan niet is aangetoond en ook niet kan worden aangetoond.
2.4.    De gemeenteraad acht de westelijke randweg noodzakelijk in verband met de verkeersafwikkeling in de kern, het realiseren van een beter woon- en leefklimaat, het verbeteren van de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen aan de noordzijde van de spoorlijn en het verhogen van de verkeersveiligheid. Verweerder acht de noodzaak van het plan voldoende aangetoond.
2.5.    Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting acht de Voorzitter de noodzakelijkheid van aanleg van de randweg op voorhand voldoende aangetoond. Mede gelet op het verrichte verkeerskundige onderzoek, acht de Voorzitter aannemelijk dat aanleg van de randweg een positieve bijdrage zal leveren aan de verkeersveiligheid en het woon- en leefklimaat in de kern Wierden.
Gelet hierop en in aanmerking genomen het belang dat is gediend met uitvoering van het plan, acht de Voorzitter geen reden aanwezig voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Rop, ambtenaar van Staat.
w.g. Dolman    w.g. Rop
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2005
417.