ECLI:NL:RVS:2005:AS9258
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking keuringsbevoegdheid door RDW wegens niet-naleving Erkenningsregeling APK
Appellant kreeg bij afzonderlijke besluiten van de RDW de keuringsbevoegdheid en erkenning voor periodieke keuringen van voertuigen tot 3500 kg voor zes respectievelijk negen weken ingetrokken vanwege het niet gebruiken van voorgeschreven apparatuur bij een keuring op 17 augustus 2004.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de RDW in redelijkheid tot het sanctiebeleid had kunnen besluiten en dat de opgelegde maatregelen niet onevenredig waren. Appellant voerde aan dat de gebruikte apparatuur even goed was, maar dit werd verworpen omdat alleen voorgeschreven apparatuur is toegestaan.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarbij tevens werd vastgesteld dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat geen proceskostenveroordeling werd opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de keuringsbevoegdheid van appellant door de RDW en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.