ECLI:NL:RVS:2005:AS9264
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag stimuleringsbijdrage voortgezet onderwijs wegens termijnoverschrijding
Appellante, Stichting voortgezet onderwijs Kennemerland, diende een aanvraag in voor een stimuleringsbijdrage voor het schooljaar 2003-2004 op grond van de Regeling aanvullende bekostiging bestuurlijke krachtenbundeling voortgezet onderwijs. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de in artikel 7 van Pro de regeling gestelde termijn van 1 mei was ingediend.
Appellante voerde aan dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding omdat verweerder in voorgaande jaren herinneringen had geplaatst en zij erop mocht vertrouwen dat dit ook in 2003 zou gebeuren. Dit betoog werd verworpen omdat de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij de aanvrager ligt en de regeling duidelijk een fatale termijn stelt.
Verder stelde appellante dat het gelijkheidsbeginsel toepassing vond vanwege eerdere honorering van te laat ingediende aanvragen in het primair onderwijs. De Raad van State oordeelde dat deze eerdere gevallen niet relevant zijn voor de nieuwe regeling in het voortgezet onderwijs en dat de regeling een jaarlijkse terugkerende aanvraagverplichting kent.
Ook het beroep op bijzondere omstandigheden door een fusie in 2001 werd verworpen, aangezien dit geen belemmering vormde voor tijdige indiening in 2002.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een stimuleringsbijdrage wordt ongegrond verklaard vanwege niet-tijdige indiening.