ECLI:NL:RVS:2005:AS9281
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H. Troostwijk
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over ontheffing en bestuursdwang dijkpercelen
Het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap van West-Brabant verleende appellant op 11 november 2002 een ontheffing voor enkele dijkpercelen onder voorwaarden en stelde bestuursdwang in om schapen te verwijderen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit.
Op 23 juni 2003 verklaarde het bestuur het bezwaar gedeeltelijk gegrond en verving de ontheffing door een nieuwe, maar handhaafde het besluit tot bestuursdwang. Appellant stelde daartegen opnieuw bezwaar, dat op 5 september 2003 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 1 juli 2004.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bezwaar binnen de wettelijke grenzen is behandeld en dat appellant zich verzette tegen het gehele pakket van het primaire besluit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.