ECLI:NL:RVS:2005:AS9287
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling parkeren in voortuin ondanks bezwaar omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Maasbracht verleende op 7 oktober 2003 vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het parkeren in de voortuin van een woning aan een perceel in Maasbracht. Appellanten, wonend aan de overzijde van de straat, maakten bezwaar tegen deze vrijstelling, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Roermond werd afgewezen.
Appellanten stelden dat het parkeren in de voortuin zou leiden tot een onevenredige toename van stank- en geluidhinder. De Raad van State oordeelde echter dat gezien de ligging van de woningen en het feit dat het parkeren anders aan de openbare weg zou plaatsvinden, deze hinder niet aannemelijk was. Tevens werd vastgesteld dat het college een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing had gegeven, mede op basis van een ontwerp-bestemmingsplan dat parkeren in de voortuin onder voorwaarden toestaat.
Daarnaast werd een betoog van appellanten over een vermeende afwijking van de uitwegvergunning buiten beschouwing gelaten omdat dit niet binnen het bestreden besluit viel. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling voor parkeren in de voortuin blijft gehandhaafd.