ECLI:NL:RVS:2005:AS9288
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- C.H.M. van Altena
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling wegens niet tijdige intrekking milieuvergunning
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verleende appellant subsidie voor het niet-grondgebonden deel van het varkensrecht op grond van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. De subsidie werd later vastgesteld op nihil, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het besluit, maar bij een nieuw besluit stelde de minister de subsidie alsnog 10% lager vast vanwege het niet tijdig intrekken van de milieuvergunning.
Appellant voerde aan dat hij aan alle voorwaarden had voldaan, waaronder beëindiging van het bedrijf en intrekking van de milieuvergunning. De Raad van State oordeelde echter dat appellant niet binnen de vereiste termijn van veertien maanden na subsidieverlening de milieuvergunning had ingetrokken, waardoor de minister bevoegd was de subsidie te verlagen.
De Afdeling benadrukte het belang van tijdige intrekking van de milieuvergunning om het doel van de Regeling, vermindering van landelijke mestproductie, te waarborgen. De korting van 10% werd gezien als een juiste toepassing van de regelgeving en niet als een punitieve sanctie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de subsidie met 10% bevestigd.