ECLI:NL:RVS:2005:AT0495
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning grondwateronttrekking voor bodemsanering DSM-terrein
Bij besluit van 30 november 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan een vergunninghoudster een vergunning onder voorschriften krachtens de Grondwaterwet voor het tijdelijk onttrekken van 750 m3 grondwater per uur voor de sanering van de bodem van het voormalig DSM-terrein te Maarssen. Verzoekster, Strukton Groep N.V., maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
Verzoekster vreesde dat de grondwateronttrekking schade zou veroorzaken aan haar bebouwing door het droog komen te staan van houten paalfunderingen en dat de mobiele verontreiniging zich richting haar percelen zou verplaatsen. Zij stelde dat verweerder deze risico's onvoldoende had onderkend en dat nader onderzoek en aanvullende voorschriften noodzakelijk waren.
Verweerder stelde dat de gevolgen van de grondwateronttrekking gering zouden zijn, mede gelet op natuurlijke fluctuaties en eerdere lage grondwaterstanden. Hij had voorschriften gesteld voor monitoring van zettingsbouten, grondwaterstanden en verontreiniging om schade te voorkomen.
De Voorzitter stelde vast dat de vergunningaanvraag onder meer was onderbouwd met rapporten van WIHA Grondmechanica B.V. en een pompproef in oktober 2004. Uit deze onderzoeken bleek dat de effecten op de grondwaterstand en zettingsgevoelige objecten beperkt zouden zijn. De Voorzitter zag geen aanleiding om aan de juistheid van deze rapporten of de vergunningverlening te twijfelen.
Gelet hierop wees de Voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af en merkte op dat verzoekster bij schade een schadevergoeding kan aanvragen op grond van artikel 35 van Pro de Grondwaterwet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de vergunning voor grondwateronttrekking is afgewezen.