ECLI:NL:RVS:2005:AT0512
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens planologische wijziging agrarisch bouwperceel
Appellant verzocht de gemeenteraad van Epe om vergoeding van schade op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), veroorzaakt door een wijziging van het bestemmingsplan die het mogelijk maakte een boomkwekerij te vestigen op een nabijgelegen perceel. De raad wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Zutphen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de wijzigingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders, zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Agrarisch Gebied", voldoende bepaalbaar was en dat appellant rekening had moeten houden met de mogelijkheid van aanwijzing van een nieuw bouwperceel in de omgeving. Hierdoor was de schade die appellant leed door de planologische wijziging voorzienbaar en behoorde deze redelijkerwijs voor zijn rekening te blijven.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Zutphen en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.