ECLI:NL:RVS:2005:AT0516
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling natuurgebiedsplannen Noord-Brabant
Op 2 juli 2002 stelde het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant elf natuurgebiedsplannen vast, waaronder het beheers- en landschapsgebiedsplan Noord-Brabant, waarmee ook de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) op perceelsniveau werd begrensd.
Appellant stelde beroep in tegen deze vaststelling, maar de rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het niet gericht was tegen een besluit met rechtsgevolg voor appellant. De Raad van State overwoog dat appellant geen belanghebbende is, omdat hij noch eigenaar noch pachter is van terreinen binnen de plangebieden en ook niet wordt getroffen door de gebiedsbegrenzingen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, hoewel op andere gronden, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vaststelling van natuurgebiedsplannen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.