ECLI:NL:RVS:2005:AT0519
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwvergunning en handhaving aanbouw woning
Het college van burgemeester en wethouders van Vorden verleende op 12 mei 2003 een bouwvergunning voor het veranderen van een woning en het bouwen van een bijgebouw en twee hooibergen. Later werd een stilleggingsbesluit genomen voor werkzaamheden aan een aanbouw achter een serre, omdat deze aanbouw niet binnen de verleende vergunning viel.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van de appellant ongegrond en oordeelde dat de aanbouw niet als vergunningvrij bouwwerk kon worden aangemerkt. Zowel het college als de appellant stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de aanbouw niet voldoet aan de criteria van bouwen van beperkte betekenis zoals bedoeld in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. De aanbouw was niet opgenomen in de oorspronkelijke bouwvergunning en daarom was een vergunning vereist. Het college was bevoegd tot handhaving. Het college slaagt in haar hoger beroep tegen de proceskostenveroordeling opgelegd door de rechtbank, omdat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom geen vrijstelling kon worden verleend.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht, en bevestigd voor het overige. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard voor de proceskostenveroordeling en de rest van de uitspraak wordt bevestigd.