ECLI:NL:RVS:2005:AT0521
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding op grond van wijziging bestemmingsplan in agrarisch gebied
Appellant verzocht de raad van de gemeente Epe om vergoeding van schade op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), omdat een bestemmingsplanwijziging het planologisch regime van zijn perceel nadelig had gewijzigd. De raad wees het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Zutphen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de schade die appellant leed door de aanwijzing van zijn perceel als agrarisch bouwperceel voorzienbaar was en daarom voor zijn rekening moest blijven. De Raad van State overwoog dat de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan voldoende bepaalbaar was, omdat deze beperkt bleef tot de bestemming "Agrarische doeleinden, klasse C". Dit maakte het voor appellant mogelijk om rekening te houden met de planologische wijziging.
De Raad van State verwierp het verweer van appellant dat de schade niet voorzienbaar was, mede omdat eerdere jurisprudentie waarop appellant zich beriep niet vergelijkbaar was. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de schade redelijkerwijs voor rekening van appellant behoort te blijven. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de schade door de planologische wijziging voor rekening van appellant blijft omdat de wijzigingsbevoegdheid voldoende bepaalbaar en voorzienbaar was.