ECLI:NL:RVS:2005:AT0530

Raad van State

Datum uitspraak
10 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200500166/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
  • R.P.F. Boermans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning schermhal Hillegom

Het college van burgemeester en wethouders van Hillegom verleende op 11 februari 2004 een bouwvergunning voor het plaatsen van een schermhal ten behoeve van vaste planten op een perceel in Hillegom. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde de beroepen van verzoekers gegrond en vernietigde de besluiten van het college, met de opdracht om opnieuw te beslissen op de bezwaren.

Verzoekers stelden vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening om de bouwvergunning te schorsen. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat een groot deel van de schermhal al was voltooid. De Raad van State oordeelde dat op basis van de aangevoerde gronden niet kon worden aangenomen dat de uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zou blijven of dat de vergunning ten onrechte was verleend.

Daarom was er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde daarmee de uitvoerbaarheid van het besluit ondanks het hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de schermhal is afgewezen.

Uitspraak

200500166/2.
Datum uitspraak: 10 maart 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:
1.    [verzoekers sub 1], wonend te Hillegom,
2.    [verzoeker sub 2], wonend te Hillegom,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank
's-Gravenhage van 3 december 2004 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Hillegom.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 11 februari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hillegom (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een schermhal ten behoeve van vaste planten op het perceel [locatie] te Hillegom.
Bij besluiten van 22 juli 2004 heeft het college de daartegen door verzoekers gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 december 2004, verzonden op die dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter) de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van 22 juli 2004 vernietigd en bepaald dat het college vóór 1 februari 2005 opnieuw beslist op de bezwaarschriften van verzoekers.
Tegen deze uitspraak hebben onder meer verzoekers sub 1 bij brief van 7 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op die dag en verzoeker sub 2 bij brief van 13 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op die dag hoger beroep ingesteld. Verzoeker sub 2 heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 8 februari 2005. Bij brief van 28 februari 2005, bij de Raad van State ingekomen op die dag, hebben verzoekers sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 1 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op die dag, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 3 maart 2005, waar verzoekers sub 1 in persoon, bijgestaan door mr. H.C.S. van Dop, gemachtigde, verzoeker sub 2 in persoon, bijgestaan door mr. D.S. Montagne, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door S. Turkenburg en drs. N.L.J.M. van Hattum, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghouder, vertegenwoordigd door [directeur], bijgestaan door mr. M. Alta, gemachtigde daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend.
2.2.    Verzoekers betogen dat de aangevallen uitspraak berust op een onjuiste lezing van het bestemmingsplan en zijn voorschriften. Zij hebben in verband daarmee verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de bouwvergunning wordt geschorst.
2.3.    Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat een zeer groot gedeelte van de schermhal reeds is voltooid. In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de bouwvergunning niet mocht worden verleend.
2.4.    Onder deze omstandigheden bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Boermans
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2005
429.