ECLI:NL:RVS:2005:AT0536
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Ch.W. Mouton
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning visserij met zegen vanwege inkomenstoetsbeleid
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft appellant bij besluit geweigerd een vergunning te verlenen voor de visserij met een zegen vanaf 1 april 2003. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering, welke beide ongegrond werden verklaard. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft het Beleidsbesluit vaste vistuigen, waarin is bepaald dat tijdelijke vergunningen niet worden verlengd en alleen nieuwe vergunningen voor onbepaalde tijd worden verstrekt aan houders die voldoen aan een inkomenstoets. Deze toets vereist dat de visser in ten minste twee jaren tussen 1997 en 2001 minimaal 50% van het IOAZ-minimuminkomen uit beroepsvisserij heeft behaald, waarvan ten minste 25% uit visserij met vaste vistuigen of een zegen.
Appellant voerde aan dat het beleid onredelijk, onzorgvuldig en onrechtvaardig was, dat de inkomenstoets onredelijk was vanwege de referteperiode en dat de zegen geen vast vistuig is. Ook stelde hij dat hij aan de inkomenstoets voldeed en dat sprake was van bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigen. Deze bezwaren werden door de Raad van State verworpen. Het beleid is zorgvuldig tot stand gekomen, de inkomenstoets is redelijk en passend, en de toepassing op de zegen is gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.