ECLI:NL:RVS:2005:AT0537
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Ch.W. Mouton
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning visserij met vaste vistuigen en zegen
Appellant verzocht om een vergunning voor de visserij met vaste vistuigen en een zegen, maar de minister weigerde deze op grond van het Beleidsbesluit vaste vistuigen, dat het aantal vergunningen beperkt om natuurwaarden en visbestanden te beschermen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beleid en de inkomenstoets getoetst en geoordeeld dat het beleid niet buiten redelijke beleidsvaststelling valt en dat de inkomenstoets passend is.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij aan de inkomenstoets voldeed, mede omdat zijn boekhouding niet inzicht gaf in de herkomst van zijn inkomsten uit visserij. Ook het betoog dat het beleid in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het EVRM werd verworpen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.