ECLI:NL:RVS:2005:AT0538
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Ch.W. Mouton
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning visserij met vaste vistuigen en zegen
De appellant verzocht om een vergunning voor visserij met vaste vistuigen en een zegen, welke door de minister werd geweigerd op grond van het Beleidsbesluit vaste vistuigen. Dit besluit beperkt het aantal vergunningen om natuurwaarden en visbestanden te beschermen en stelt een inkomenstoets als voorwaarde voor nieuwe vergunningen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat het beleidsbesluit niet onredelijk was, mede omdat het beleid zorgvuldig tot stand was gekomen en rekening hield met belangen van vergunninghouders.
Appellant stelde dat hij aan de inkomenstoets voldeed, maar kon dit niet aannemelijk maken vanwege onvoldoende specificatie van inkomsten. Ook voerde appellant aan dat zijn gemengde visserij en gezondheid bijzondere omstandigheden vormden, maar dit werd verworpen omdat deze reeds in de toets waren verwerkt.
Ten slotte werd het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; weigering vergunning bevestigd wegens niet voldoen aan inkomenstoets.