ECLI:NL:RVS:2005:AT0544
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijderen kunststof ramen bij beschermd monument in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft appellant verplicht om kunststof ramen die zonder vergunning zijn geplaatst in een beschermd monument te verwijderen en te vervangen door houten ramen. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, maar zowel de rechtbank Utrecht als de Raad van State verklaarden het beroep ongegrond.
De Raad van State overwoog dat het pand een beschermd monument is binnen een beschermd stadsgezicht en dat het vervangen van houten ramen door kunststof ramen een wijziging betreft die vergunningplichtig is op grond van de Monumentenwet 1988. Het ontbreken van een vergunning maakt het handelen van appellant in strijd met deze wet, waardoor handhaving gerechtvaardigd is.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die het college konden verplichten af te zien van handhavend optreden, zoals uitzicht op legalisatie of disproportionaliteit. De negatieve adviezen van de Commissie Welstand en Monumenten bevestigden het ontbreken van uitzicht op legalisatie. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot handhaving van het verwijderen van kunststof ramen bevestigd.