ECLI:NL:RVS:2005:AT0551
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit nadere eisen windturbine geluid en slagschaduw
Bij besluit van 27 februari 2004 stelde het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel nadere eisen aan een windturbine, onder meer over geluid en slagschaduw. Appellanten sub 1 en appellant sub 2 maakten hiertegen bezwaar en stelden beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep van appellanten sub 1 niet-ontvankelijk was voor het veiligheidsaspect en de hoogte van de turbine. De geluidseisen (nadere eis 1) waren gebaseerd op een gedragsregel in plaats van een geluidniveau, wat strijdig is met het Besluit milieubeheer. Tevens was de stelling van verweerder dat de eis geen aanscherping betekende onjuist, waardoor het besluit ook strijdig was met het motiveringsbeginsel.
De nadere eisen met betrekking tot slagschaduw (nadere eisen 2 en 3) waren onvoldoende gemotiveerd, vooral omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat deze eisen bijzonder noodzakelijk waren voor milieubescherming. Daarnaast werd geoordeeld dat schuren en tuinen geen geluidgevoelige bestemmingen zijn, zodat daar geen extra bescherming voor nodig was.
Uiteindelijk werd het beroep van appellant sub 2 gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het beroep van appellanten sub 1 was voor het overige ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 2.
Uitkomst: Het besluit van 27 februari 2004 met nadere eisen aan de windturbine wordt vernietigd en appellant sub 2 wordt in het gelijk gesteld.