ECLI:NL:RVS:2005:AT0563
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- M. Oosting
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking vergunning lozing regenwater en rioolwater op Noordzee
Bij besluit van 2 juni 2004 heeft de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat ambtshalve twee voorschriften toegevoegd aan een vergunning uit 2000 voor het lozen van met regenwater verdund rioolwater via een overstort op de Noordzee nabij Egmond aan Zee. Deze voorschriften stelden een termijn voor het beëindigen van de overstort en het lozen van hemelwater.
De gemeente Bergen, als appellant, stelde dat er geen sprake was van ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit door deze lozingen en dat het besluit van de Staatssecretaris ten onrechte de vergunning op termijn introk. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat het lozingspunt sinds 1970 in gebruik is en dat de lozingen slechts incidenteel plaatsvinden. Hoewel de Staatssecretaris zich baseerde op een rapport uit 2001 en een toezegging aan de Tweede Kamer om risicovolle overstorten te saneren, heeft hij onvoldoende gemotiveerd waarom de lozingen in dit geval ontoelaatbaar nadelig zouden zijn.
De Afdeling oordeelt dat het besluit in strijd is met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en vernietigt het besluit. Tevens veroordeelt zij de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de vergunning voor lozing op de Noordzee wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.