ECLI:NL:RVS:2005:AT0564
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- M. Oosting
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking vergunning lozing rioolwater Wijk aan Zee
Bij besluit van 2 juni 2004 heeft de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een voorschrift toegevoegd aan een vergunning uit 2000 voor het lozen van met regenwater verdund rioolwater via een overstortconstructie bij Wijk aan Zee. Dit voorschrift bepaalde dat de overstort uiterlijk 1 april 2005 moest worden beëindigd, wat neerkwam op een intrekking van de vergunning op termijn.
De gemeente Beverwijk, als appellant, stelde dat er geen sprake was van ontoelaatbare nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en dat het besluit daarom onterecht was. De Raad van State oordeelde dat de Staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de lozing als ontoelaatbaar nadelig werd beschouwd, mede omdat de overstort slechts incidenteel werd gebruikt en de vergunning in 2000 zonder termijn was verleend.
Verder was de verwijzing naar het beleid en het rapport van de Commissie Integraal Waterbeheer uit 2001 ontoereikend om het besluit te rechtvaardigen. Ook ontbrak een motivering waarom wijziging van de vergunning geen redelijke oplossing zou bieden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De Staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het intrekken van milieuvergunningen en de beoordelingsvrijheid van bestuursorganen binnen de grenzen van de wet.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de vergunning voor lozing van verdund rioolwater wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.