ECLI:NL:RVS:2005:AT0580
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring administratief beroep wegens ontbrekende machtiging
Het bureau rechtsbijstandvoorziening heeft een aanvraag om toevoeging afgewezen en het administratief beroep daarop niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de rechtzoekende. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van niet-ontvankelijkheid.
In hoger beroep stelt appellant dat hij terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de overgelegde machtiging niet van de rechtzoekende zelf, maar van haar echtgenoot afkomstig was. De Raad van State oordeelt dat het verzuim van het ontbreken van een juiste machtiging niet is hersteld en dat appellant bevoegd was het beroep niet-ontvankelijk te verklaren zonder een tweede herstelmogelijkheid te bieden.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gemachtigde geen geldige machtiging van de rechtzoekende heeft overgelegd.