ECLI:NL:RVS:2005:AT1942
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom provincie Zuid-Holland
Bij besluit van 17 januari 2005 legde de provincie Zuid-Holland een last onder dwangsom op aan verzoekster, waarbij een dwangsom van €1000 per overtreding van voorschrift H.3 werd vastgesteld, met een maximum van €10.000. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht op 9 februari 2005 bij de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 8 maart 2005. Verzoekster stelde dat ten onrechte was geconcludeerd dat geweigerde vrachten niet werden geregistreerd, hetgeen de overtreding van voorschrift H.3 zou aantonen. Ter zitting bleek dat inmiddels wel een registratie van geweigerde vrachten plaatsvond.
Gezien de aard van de verplichtingen en de feitelijke situatie zag de Voorzitter geen onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.