ECLI:NL:RVS:2005:AT1944
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij aanlegvergunning pad voor onderhoud paddenpoel
Verzoeker, het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren, verleende op 1 juni 2004 een aanlegvergunning voor het aanleggen van een pad voor onderhoud aan een paddenpoel. Tegen dit besluit maakte een belanghebbende bezwaar, dat op 5 oktober 2004 ongegrond werd verklaard met een voorwaarde over verharding van het pad.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde op 1 december 2004 het beroep gegrond, vernietigde de beslissing op bezwaar en bepaalde dat het college binnen zes weken een nieuwe beslissing moest nemen. Verzoeker stelde daarop bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in, zodat het college niet opnieuw op het bezwaar hoefde te beslissen zolang het hoger beroep loopt.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 10 maart 2005 en concludeerde dat het pad nagenoeg voltooid was en dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak in hoger beroep in stand zou blijven. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd op 15 maart 2005 in het openbaar uitgesproken door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Voorlopige voorziening toegewezen waardoor het college geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen zolang het hoger beroep loopt.