ECLI:NL:RVS:2005:AT1947
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- R. van der Spoel
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming ziektekosten Remigratiewet wegens ontbreken toezegging en bevoegdheid
Appellant verzocht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om een tegemoetkoming in de ziektekosten op grond van de Remigratiewet. De SVB wees dit verzoek bij besluit van 8 oktober 2001 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel in haar uitspraak van 31 maart 2004.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij op basis van toezeggingen van medewerkers van het Nederlands Migratie Instituut en de SVB een rechtens te honoreren verwachting had dat hij alsnog in aanmerking zou komen voor de tegemoetkoming. De Raad van State oordeelde dat appellant deze toezeggingen niet aannemelijk had gemaakt, zodat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde.
Daarnaast voerde appellant aan dat de afwijzing hem onevenredig hard zou treffen en dat de SVB op grond van haar discretionaire bevoegdheid de aanvraag had moeten honoreren. De Raad van State stelde vast dat noch de Remigratiewet noch enig ander algemeen verbindend voorschrift een dergelijke discretionaire bevoegdheid aan de SVB verleent.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met enige verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.