ECLI:NL:RVS:2005:AT1948
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving gebruik strook grond agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem wees een verzoek om handhavend op te treden tegen het gebruik van een strook grond naast percelen in een agrarisch gebied af. De aanvragers wilden deze strook als tuin inrichten, wat in strijd was met het bestemmingsplan. Het college stelde dat handhaving werd uitgesteld vanwege een aanstaande besluitvorming over een bestemmingsplanwijziging.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep tegen het collegebesluit ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat er ten tijde van het besluit geen concreet uitzicht op legalisatie bestond, aangezien de bestemmingsplanprocedure nog niet was doorlopen. Ook was het gebruik als tuin geen geringe inbreuk op de agrarische bestemming.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens verklaarde zij het bezwaar namens een van de appellanten niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit over het bezwaar van de overige appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het college van Doetinchem tot weigering van handhaving wordt vernietigd en het bezwaar van een appellant niet-ontvankelijk verklaard.