ECLI:NL:RVS:2005:AT1949
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- B.J. van Ettekoven
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit invalidenparkeerkaart wegens onbevoegdheid dagelijks bestuur
Appellante kreeg op 13 maart 2001 te horen dat zij niet in aanmerking kwam voor een invalidenparkeerkaart (zelfrijdend) en dat de gekoppelde parkeervergunning werd ingetrokken. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Amsterdam werd het besluit van het dagelijks bestuur van 16 januari 2003 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de bevoegdheid tot het verstrekken van gehandicaptenparkeerkaarten door de gemeenteraad aan de stadsdeelraad kon worden overgedragen, maar dat de stadsdeelraad deze bevoegdheid niet rechtsgeldig aan het dagelijks bestuur kon delegeren, omdat de Verordening op de stadsdelen geen wettelijke grondslag bood voor die verdere delegatie. Hierdoor was het dagelijks bestuur niet bevoegd om op het bezwaar te beslissen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het dagelijks bestuur werden vernietigd. De Raad van State veroordeelde het dagelijks bestuur tot vergoeding van proceskosten en gelastte vergoeding van griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het dagelijks bestuur wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.