ECLI:NL:RVS:2005:AT1955

Raad van State

Datum uitspraak
17 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200500581/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • M.Z.C. Koutstaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voorlopige voorziening inzake openbaarmaking document gemeente Amersfoort

Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort heeft op 17 juni 2004 een verzoek om kennisneming dan wel openbaarmaking van een document afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 2 augustus 2004 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de openbaarmaking betrof, maar wees het beroep voor het overige af.

Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 10 maart 2005 gaf verzoeker aan geen gebruik te willen maken van het aanbod tot kennisneming, maar alleen te streven naar volledige openbaarmaking van het document.

De Voorzitter oordeelde dat een voorlopige voorziening slechts kan worden toegewezen indien vooraf buiten twijfel staat dat het hoger beroep zal slagen en dat openbaarmaking niet had mogen worden geweigerd. Gezien de aangevoerde argumenten was dit niet het geval, zodat het verzoek werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot openbaarmaking van het document wordt afgewezen.

Uitspraak

200500581/2.
Datum uitspraak: 17 maart 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Amersfoort,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 30 november 2004 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 17 juni 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college) een verzoek van verzoeker om kennisneming, dan wel openbaarmaking, van een document, afgewezen.
Bij besluit van 2 augustus 2004 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 30 november 2004, verzonden op 20 december 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, dat besluit in zoverre vernietigd, verzoeker alsnog niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar in zoverre, en bepaald dat haar uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit, voor zover dat is vernietigd. Voor het overige is het beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 januari 2005, hoger beroep ingesteld. Tevens heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 maart 2005, waar verzoeker in persoon en het college, vertegenwoordigd door mr. C. Visser, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Verzoeker heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij van het aanbod van het college tot kennisneming van het betrokken document geen gebruik wil maken. Het verzoek is gericht op de openbaarmaking ervan.
2.2.    Het verzoek strekt ertoe dat een voorziening wordt getroffen die ieder voorlopig karakter ontbeert: als openbaarmaking heeft plaatsgevonden, kan deze, evenmin als de gevolgen daarvan, meer ongedaan worden gemaakt. Dat brengt mee dat het verzoek, indien al, slechts voor toewijzing in aanmerking kan komen, indien op voorhand buiten twijfel is dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven en tevens geconcludeerd zal worden dat openbaarmaking van het document niet geweigerd had mogen worden.
2.3.    Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd, leidt niet tot dat oordeel. Voor het treffen van de verzochte voorziening is dan ook geen plaats, zodat het verzoek moet worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb    w.g. Koutstaal
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2005
383.