Uitspraak
200400991/1niet meer kan worden gerealiseerd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Wageningen verleende op 11 september 2003 een bouwvergunning voor een erker aan een woning. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat het bouwplan onjuist was beoordeeld door de welstandscommissie, met name vanwege een onjuiste weergave van de bestaande situatie en onvoldoende motivatie voor het negeren van haar tegenadviezen. De Raad van State oordeelde dat de welstandscommissie het bouwplan zowel met als zonder kapconstructie had beoordeeld en dat de tegenadviezen niet voldoende deskundig waren om het positieve advies te weerleggen.
Verder stelde de Raad dat het college terecht had geoordeeld dat er geen sprake was van een beschermd stadsgezicht of bijzondere welstandsregels, en dat het pand niet meer in originele staat verkeerde. Ook was er geen optische versmalling van de straat te verwachten door de erker. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bouwvergunning voor de erker wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt bevestigd.