Uitspraak
200102937/1, Gst. 2004, 7219, 204, heeft de Afdeling beslist op de beroepen die hiertegen zijn ingesteld.
Raad van State
De gemeenteraad van Oirschot stelde op 19 januari 2004 het bestemmingsplan "Buitengebied Correctieve herziening 2003" vast, dat door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant werd goedgekeurd. Verzoekers, eigenaren van gronden binnen het plangebied, stelden beroep in tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening om woningbouw mogelijk te maken terwijl het plan dit niet voorziet.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 22 februari 2005 en oordeelde dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Verzoekers wilden hun bedrijf verplaatsen en een woonbestemming voor hun gronden verkrijgen, maar het plan stond slechts semi- en niet-agrarische bedrijven toe met beperkte bebouwingsmogelijkheden.
De Voorzitter vond dat het verzoek te verstrekkend was omdat een voorlopige voorziening niet de gewenste woonbestemming kan creëren. Ook was er geen aanleiding om onomkeerbare gevolgen te voorkomen, mede omdat reeds een bouwvergunning voor een opslagruimte was verleend. De Voorzitter concludeerde dat onverwijlde spoed ontbrak en wees het verzoek af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.