ECLI:NL:RVS:2005:AT1971
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening omtrent vergunning milieubeheer voor inrichting in Hillegom
Verzoekster, Vessies Infra B.V., kreeg van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een milieuvergunning voor diverse activiteiten op een perceel in Hillegom, maar de vergunning voor een incidentele bedrijfssituatie werd geweigerd. Verzoekster stelde bezwaar tegen de groenstrookvoorschriften en de weigering van de incidentele bedrijfssituatie.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek om voorlopige voorziening en beperkte dit tot de groenstrook, de incidentele bedrijfssituatie en de opslagcapaciteit voor asbesthoudend materiaal. De Voorzitter oordeelde dat nader onderzoek nodig is om de noodzaak van de groenstrook te beoordelen, maar stelde voorlopig vast dat het financiële belang van verzoekster zwaarder weegt, waardoor de voorschriften over de groenstrook geschorst werden.
Ten aanzien van de incidentele bedrijfssituatie concludeerde de Voorzitter dat de geluidbelasting de toegestane waarden overschrijdt en dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat deze situatie onaanvaardbare geluidhinder veroorzaakt. Daarom werd het verzoek voor deze situatie afgewezen. Voor de opslagcapaciteit van asbesthoudend materiaal werd geen voorlopige voorziening getroffen omdat verweerder toezegde handhaving op te schorten tot de bodemprocedure is afgerond.
De Voorzitter veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan op 18 maart 2005.
Uitkomst: De voorschriften over de groenstrook worden geschorst, het verzoek voor de incidentele bedrijfssituatie wordt afgewezen.