ECLI:NL:RVS:2005:AT1981
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering milieuvergunning veehouderij wegens onterecht betrekken toekomstige woningbouw
Appellant verzocht om een milieuvergunning voor een veehouderij op een perceel in de gemeente Barneveld. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Barneveld, weigerde deze vergunning op grond van mogelijke toekomstige woningbouw in het gebied, waardoor de bedrijfsvoering onaanvaardbare stankhinder zou veroorzaken.
Appellant stelde dat de woningbouwplannen niet concreet genoeg waren om als redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling te gelden volgens artikel 8.8 van de Wet milieubeheer. De plannen bestonden uit een structuurvisie en een voorontwerp-bestemmingsplan zonder status, waarvan de inspraakresultaten en financiële haalbaarheid onbekend waren. Het geldende bestemmingsplan stond woningbouw niet toe en het voorbereidingsbesluit was verlopen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder ten onrechte de toekomstige woningbouwplannen had betrokken bij de vergunningverlening, omdat de planologische procedure nog niet was afgerond en de uitkomst ongewis was. Ook het vervallen voorkeursrecht op de percelen maakte de plannen minder concreet. Daarom was de weigering van de vergunning onterecht.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 4 augustus 2004 en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de milieuvergunning wordt vernietigd.