ECLI:NL:RVS:2005:AT1985
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitbreiding ligplaatsontheffing in Kanaal van Steenenhoek
Het college van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rivierenland verleende appellanten een ontheffing voor een ligplaats met een woonark in het Kanaal van Steenenhoek, waarbij een verzoek tot uitbreiding van het ruimtebeslag boven 95 m2 werd afgewezen. Na bezwaar en gedeeltelijke herziening handhaafde het college het besluit in zoverre. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellanten tegen deze weigering ongegrond.
Appellanten stelden dat het college alleen bevoegd was tot bescherming van vaarbelangen en dat de weigering niet gerechtvaardigd was, mede omdat in andere gevallen wel ontheffing was verleend. De Raad van State oordeelde dat het ligplaatsbeleid, dat uitbreiding van ruimtebeslag niet toestaat, niet onredelijk is en dat de belangen zoals genoemd in de Scheepvaartverkeerswet hiermee worden gediend. De door appellanten aangevoerde bijzondere omstandigheden en vergelijkingen met andere gevallen boden geen grond voor afwijking.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot uitbreiding van het ruimtebeslag bevestigd.