ECLI:NL:RVS:2005:AT1991
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.H.M. van Altena
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering subsidie biologische suikermaïsverwerking wegens gebrek aan wezenlijke innovatie
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland weigerde subsidie aan appellant voor een project gericht op biologische suikermaïsverwerking onder het Enig Programmerings Document 1994-1999 (EPD). De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze weigering gegrond en vernietigde het besluit, maar bij een latere uitspraak werd het beroep van appellant alsnog ongegrond verklaard.
Appellant stelde dat zijn project wel degelijk innovatief was, omdat hij als eerste in West-Europa biologische suikermaïs verwerkte en een unieke productielijn had ontwikkeld die de verwerkingscapaciteit en productkwaliteit verhoogde. Het college en de rechtbank oordeelden echter dat het project vooral gericht was op verbetering van een bestaand productieproces en uitbreiding van bestaande capaciteit, en niet op wezenlijke innovatie zoals vereist in de Maatregel II.B.3.3. van het EPD.
De Raad van State bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het project niet voldeed aan de innovatie-eis van de subsidiecriteria. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van subsidie wegens het ontbreken van wezenlijke innovatie.