ECLI:NL:RVS:2005:AT2784
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E.J. Nolles
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor berging in strijd met bestemmingsplan bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel weigerde op 15 november 2002 een bouwvergunning voor het oprichten van een berging op een perceel met agrarische bestemming. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied 1975" en het uitbreidingsplan "Landelijk gebied" uit 1960, waarin bebouwing uitsluitend is toegestaan ten behoeve van agrarische bedrijven. De gemeenteraad kan vrijstelling verlenen, mits aan voorwaarden wordt voldaan, maar het college had dit geweigerd omdat het bestemmingsplan nog niet was herzien en er lopend onderzoek was naar de toekomstige planologische regeling.
Appellant voerde aan dat de gemeenteraad haar herzieningsplicht had verzaakt en dat hij het perceel al als erf gebruikte, en dat het college wel had meegewerkt aan een uitbreiding van zijn bedrijfswoning. De Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid kon weigeren vrijstelling te verlenen, omdat de beleidsvrijheid van de gemeenteraad niet was verloren en het onderzoek nog niet was afgerond. De eerdere medewerking aan de bedrijfswoning was niet vergelijkbaar omdat die niet in strijd was met de bestemming.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.