ECLI:NL:RVS:2005:AT2786
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E.J. Nolles
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning recreatiewoning wegens niet tijdig starten bouw
Het college van burgemeester en wethouders van Lochem trok bij besluit van 23 december 2002 de eerder verleende bouwvergunning voor het oprichten van een recreatiewoning op een perceel in recreatiepark Ruighenrode in, omdat niet binnen de in de gemeentelijke bouwverordening gestelde termijn van 26 weken met de bouw was begonnen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd door het college ongegrond verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellante tegen de intrekking eveneens ongegrond. Appellante stelde dat de bouwvergunning op een andere kavel mocht worden benut en dat er een toezegging was gedaan door een ambtenaar, maar deze argumenten werden door de rechtbank en de Raad van State verworpen.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was de bouwvergunning in te trekken omdat niet binnen de termijn met de bouw was gestart en dat de vergunning niet overdraagbaar was naar een andere kavel zonder een nieuw besluit. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 maart 2005.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunning wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.