ECLI:NL:RVS:2005:AT2787
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E.J. Nolles
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning wegens onvoldoende motivering vrijstelling en bouwvoorschriften
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland, weigerde op 26 november 2002 een bouwvergunning voor het oprichten van een woning op een perceel in het buitengebied. De rechtbank verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat het bouwvlak slechts ruimte biedt voor één woning en dat de bestaande situatie met een deel van een naburige woning binnen het bouwvlak geen zelfstandige woning of bijgebouw vormt. De hoogte van de nieuwe woning overschrijdt de planvoorschriften en appellant kon terecht besluiten geen vrijstelling te verlenen vanwege de impact op de molenbiotoop.
Echter, de motivering van appellant voor de weigering van vrijstelling was onvoldoende, omdat deze niet voldeed aan de eisen van een heldere belangenafweging en verwijzing naar het bestemmingsplan, zoals ook door de bezwaarschriftencommissie was vastgesteld. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.