Uitspraak
200408262/1op één zitting is behandeld en verweerder in zaak
200408262/1is veroordeeld in de door appellanten gemaakte proceskosten, bestaat in deze zaak geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Raad van State
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Lith om bestuurlijke handhavingsmaatregelen tegen geluidsoverlast veroorzaakt door een café op een perceel te Lith. Dit verzoek werd op 3 februari 2004 afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard. Appellanten stelden dat de geluidgrenswaarden nog steeds werden overschreden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat metingen van het Regionaal Milieubedrijf op 15 en 20 mei 2004 aanzienlijke overschrijdingen van de geluidgrenswaarden aantoonden, ondanks de aanwezigheid van een geluidbegrenzer. Verweerder had ten onrechte gesteld dat geen overschrijding meer plaatsvond.
Hierdoor was het bestreden besluit niet houdbaar en werd het vernietigd. Verweerder werd opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat onduidelijk was of en in welke omvang schade was geleden. Proceskosten werden niet toegewezen vanwege samenhang met een andere zaak.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.