ECLI:NL:RVS:2005:AT2812
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij beëindiging standplaatsvergunning
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Arnhem, heeft bij besluit van 17 maart 2003 aan wederpartij meegedeeld dat de ontheffing voor het innemen van standplaatsen was verstreken en het recht op standplaatsen met nummers 1050, 1295 en 1300 per 4 april 2003 werd beëindigd.
Wederpartij stelde beroep in bij de rechtbank Arnhem tegen de beslissing op bezwaar van 31 juli 2003, maar dit beroep werd door de rechtbank gegrond verklaard ondanks dat het niet tijdig was ingediend. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat wederpartij ondanks ziekte contact had met zijn gemachtigde en geen maatregelen had getroffen om tijdig beroep in te stellen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van wederpartij alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wees overige gronden van appellant af.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.