Uitspraak
200402096/1) dat de mogelijkheid om het risico van vraatschade aan maïs door kraaien te verzekeren bij de Hagelunie de beperking kende dat uitsluitend niet met Mesurol behandeld maïszaad werd gebruikt, maar dat deze beperking niet zodanig knellend is te achten dat in redelijkheid niet meer kan worden gesproken van verzekerbaarheid van het risico van vraatschade bij de Hagelunie. Aan dit oordeel houdt de Afdeling thans vast. In zoverre faalt het betoog van appellant.