Uitspraak
200501403/1is het voldoende aannemelijk dat het door verzoekster geplaatste scherm vanwege de golfslag in het betrokken oppervlaktewater niet afdoende is om de verspreiding van olie tegen te gaan. Voorts heeft de Voorzitter het in die zaak aannemelijk geacht dat de bronnering zal bijdragen aan het voorkomen van verdere verspreiding van de olie uit de locatie. Daarbij is niet gebleken dat de kosten zodanig hoog zijn dat verweerder de tijdelijke maatregel niet in redelijkheid heeft kunnen vergen. Ook is in die zaak betrokken dat lozing op het riool mogelijk is, zonder dat een lozingsvergunning noodzakelijk is, wanneer de olie wordt afgescheiden. Niet bestreden is dat de maatregelen die op grond van het besluit van 17 januari moeten worden getroffen, nog niet zijn getroffen. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting is de Voorzitter van oordeel dat geen sprake is van een bijzondere omstandigheid op grond waarvan verweerder had behoren af te zien van handhavend optreden.