Uitspraak
200401590/1geoordeeld dat verweerder het bevoegd gezag is om te beslissen op een aanvraag om milieuvergunning voor de onderhavige inrichting. In hetgeen verzoekster heeft aangevoerd ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat het oordeel van de Afdeling niet of niet langer juist zou zijn. Gelet op het bepaalde in artikel 18.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer is verweerder ten aanzien van de bestuursrechtelijke handhaving eveneens het bevoegd gezag.
200301693/1waarna verweerder zeer geruime tijd heeft afgezien van voortzetting van het handhavingstraject. Zij is verder van mening dat verweerder haar in zijn brief van 4 februari 2003 reeds een te korte termijn heeft gesteld om aan de vergunningvoorschriften te voldoen en haar te weinig tijd is gegund om een zienswijze in te dienen tegen het voornemen van verweerder om het onderhavige besluit te nemen. Daarnaast betoogt zij dat aan de preventieve bestuursdwangaanschrijving ten onrechte geen termijn is verbonden.