ECLI:NL:RVS:2005:AT3236
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning nertsenhouderij wegens milieuhygiënische aspecten
Bij besluit van 24 augustus 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Cuijk een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer voor een nertsenhouderij met 3000 fokteven en bijbehorende dieren. De vergunning hield veranderingen in de huisvesting van de nertsen in. De vereniging Milieuvereniging Land van Cuijk en enkele appellanten stelden beroep in tegen dit besluit wegens vermeende onaanvaardbare stankhinder, strijd met een toekomstig reconstructieplan en visuele hinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunninghouder voldeed aan de richtlijnen voor minimale afstanden ten behoeve van stankhinder en dat de vermeende toename van stankhinder onvoldoende grond bood voor weigering van de vergunning. Het toekomstige reconstructieplan Peel en Maas, vastgesteld na het besluit, kon niet als een redelijke te verwachten ontwikkeling worden aangemerkt en bood geen grond voor weigering.
Ten aanzien van visuele hinder en aantasting van landschappelijke waarden stelde de Afdeling vast dat de vergunning voorschriften bevatte voor beplanting rondom de inrichting en dat de vergunninghouder hiermee was gestart. Gelet op het karakter van de omgeving en de omvang van de stallen was er geen reden de vergunning te weigeren. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning voor de nertsenhouderij wordt ongegrond verklaard.