ECLI:NL:RVS:2005:AT3248
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.J.J. van Buuren
- J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen nimby-vrijstelling Wet op de Ruimtelijke Ordening
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening het college van burgemeester en wethouders van Onderbanken verzocht om vrijstelling te verlenen voor een project dat het afzagen van bomen langs de Nederlands-Duitse grensweg omvatte.
Verschillende partijen, waaronder de Vereniging Stop Awacs Overlast en het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Onderbanken, maakten bezwaar tegen dit verzoek en vroegen om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze verzoeken op 21 maart 2005.
De Voorzitter oordeelde dat het verzoek om vrijstelling een zodanig ingrijpend middel is dat rechtsbescherming noodzakelijk is, maar dat volgens artikel 55 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening de rechtsbescherming pas openstaat nadat een besluit is genomen over de verlening van de vrijstelling. Dit is bewust zo geregeld om vertraging en dubbele procedures te voorkomen.
De verzoekers konden niet aantonen dat deze regeling in strijd is met het Europees Handvest inzake lokale autonomie of het Verdrag van Rome. Daarom was er op dat moment geen rechtsbescherming mogelijk tegen het verzoek van de minister. De Voorzitter verwachtte dat de bezwaarschriften niet-ontvankelijk zouden worden verklaard en zag geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De verzoeken om voorlopige voorziening werden dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verzoek om nimby-vrijstelling wordt afgewezen omdat op dat moment geen rechtsbescherming openstaat.