ECLI:NL:RVS:2005:AT3252
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit opslag en verharding in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Uden heeft appellante op 25 november 2002 aangeschreven om het illegale gebruik van een agrarisch perceel, namelijk opslag van materialen en aangebrachte verharding, te beëindigen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 21 juli 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond op 22 juni 2004.
Appellante stelde in hoger beroep dat er uitzicht was op legalisatie door een voorbereidingsbesluit en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. De Raad van State oordeelde dat op het moment van bezwaar niet was voldaan aan de vereisten voor een vrijstelling op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en dat er geen concreet uitzicht was op legalisatie. Daarnaast werd het provinciale beleid in het Streekplan Noord-Brabant 2002 aangehaald dat uitbreiding van bedrijfsactiviteiten in het buitengebied beperkt.
De Raad van State verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat het beleid en de situatie van appellante verschillen van andere gevallen. Er was geen onvoorwaardelijke toezegging van het college voor uitbreiding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.