Uitspraak
200406465/1volgt dat het college ook overigens niet is gehouden de gevraagde vrijstelling te verlenen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Uden weigerde op 19 maart 2002 medewerking te verlenen aan een verzoek om vrijstelling te verlenen voor de uitbreiding van houthandelactiviteiten op een perceel. Deze weigering werd bevestigd bij besluit van 21 juli 2003 en door de rechtbank 's-Hertogenbosch op 22 juni 2004. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het gebruik van het perceel voor houthandelactiviteiten in strijd was met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied". De gevraagde vrijstelling kon niet worden verleend omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 19, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Het bestemmingsplan was niet tijdig herzien, er was geen vrijstelling verleend volgens artikel 33 WRO Pro, en er was geen voorbereidingsbesluit of ontwerp herziening ter inzage gelegd.
Het betoog van appellante dat op korte termijn een voorbereidingsbesluit zou worden genomen, werd verworpen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vrijstelling wordt bevestigd.