ECLI:NL:RVS:2005:AT3262
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing vergunning aanvraag voor vuurwerkverkoop
Het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf wees op 24 december 2002 het verzoek van verzoekster om een vergunning voor de aflevering van vuurwerk op 28, 30 en 31 december 2002 af. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van verzoekster tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar.
Het college stelde echter hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat het hier ging om een persoonsgebonden vergunning, terwijl het een zaaksgebonden vergunning betrof. De aanvraag van verzoekster was feitelijk een herhaling van het verzoek van haar echtgenoot, waarop eerder al was beslist.
De Raad van State stelde vast dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren die heroverweging van het besluit rechtvaardigden. Het enkel indienen van de aanvraag op naam van verzoekster was onvoldoende om de eerdere afwijzing te doorbreken. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van verzoekster ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en de eerdere afwijzing van de vergunning wordt gehandhaafd.