Uitspraak
200203085/1, waaraan een verzoek van appellant ten grondslag lag om in hetzelfde gebied een standplaats in te nemen met een verkoopwagen, reeds omdat die uitspraak onherroepelijk is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam heeft op 21 maart 2003 het verzoek van appellant om een vergunning voor het innemen van een standplaats met een marktkraam aan de Blokweerschekade afgewezen. Appellant wilde souvenirs, versnaperingen en fotografie in klederdracht aanbieden in het molengebied Kinderdijk, dat als beschermd natuurgebied en UNESCO-werelderfgoed is aangewezen.
Het college motiveerde de weigering met het voorkomen van geur-, afval- en stankoverlast en het beschermen van het representatieve karakter van het gebied. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college een ruime beoordelingsmarge heeft bij het afwegen van belangen en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid tot zijn besluit kon komen. Het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving is een gegrond belang op grond van de APV. De door appellant aangevoerde bezwaren, waaronder het ontbreken van bijzondere cultuurhistorische waarde en de vermeende overlast, konden het oordeel niet veranderen.
Ook andere aangevoerde punten, zoals procedurele klachten en verwijzingen naar andere regelgeving, werden buiten beschouwing gelaten omdat deze het geschil niet raken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de vergunning voor het innemen van een standplaats met een marktkraam in het molengebied Kinderdijk.