ECLI:NL:RVS:2005:AT3702
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing handhavingsverzoek agrarisch bedrijf
Verzoeker had bij het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs een verzoek ingediend om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen overtredingen bij een agrarisch bedrijf. Dit verzoek werd op 6 november 2003 afgewezen en het bezwaar daarop werd op 14 december 2004 ongegrond verklaard.
Verzoeker stelde dat het college ten onrechte niet handhavend optrad vanwege het houden van meer dieren dan toegestaan en het uitoefenen van niet vergunde horeca- en detailhandelactiviteiten. Het college ging uit van een concreet uitzicht op legalisatie vanwege een milieuvergunningaanvraag van 29 januari 2004.
De Voorzitter oordeelde dat de aanvraag geen concreet uitzicht op legalisatie bood, omdat het aantal dieren in de aanvraag lager was dan het werkelijke aantal en de uitloop binnen de inrichting viel. Ook waren geen bijzondere omstandigheden die het niet-handhaven rechtvaardigden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het besluit van 14 december 2004 geschorst en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit van 14 december 2004 geschorst.