ECLI:NL:RVS:2005:AT3707
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunning voor opslag en bewerking autowrakken
Bij besluit van 2 november 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Limburg aan appellante een vergunning voor tien jaar voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor het opslaan en bewerken van autowrakken en gebruikte auto-onderdelen. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de aan de vergunning verbonden voorschriften onnodig bezwarend zijn en dat verweerder niet adequaat op haar bedenkingen is ingegaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat verweerder wel degelijk op de bedenkingen van appellante is ingegaan in de considerans van het besluit. De betwiste voorschriften C.6, C.7 en F.2 zijn conform het Besluit beheer autowrakken (Bba) en de Wet milieubeheer aan de vergunning verbonden en kunnen niet worden afgeweken. De Afdeling achtte de voorschriften naleefbaar en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 april 2005.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor opslag en bewerking van autowrakken wordt ongegrond verklaard.